IPD type en sub IPD type

Gewijzigd op Vr, 9 Sep, 2022 om 12:11 PM

Hieronder een overzicht van de door fluX gehanteerde definities m.b.t het type vastgoed. 


INHOUDSOPGAVE


Winkel

Een vastgoedobject dat geheel of gedeeltelijk voor publiek toegankelijk is en waar vandaan goederen en diensten aan particulieren worden verkocht en geleverd. 


  • Supermarkt: winkel hoofdzakelijk ingericht om de dagelijkse boodschappen te kunnen kopen. Oppervlakte indicatie >700m2. 
  • Winkelcentrum: een groep winkels die als een eenheid gepland en ontwikkeld zijn, die veelal bij een eigenaar in eigendom zijn en die professioneel gemanaged worden tot optimalisatie van die locatie omvang branchering voorzieningen en services.
  • Perifere detailhandel: volumineuze detailhandel (aanzienlijk winkelvloeroppervlak) denk aan woonboulevards, Ikea, bouwmarkten en tuincentra.
  • Winkel- / woonhuis: een winkel met daarboven 1 of meerdere appartementen.
  • Winkel (Horeca): een (kleinere)winkelruimte waar horeca-activiteiten bestemming technisch mogen worden uitgevoerd, veelal gevestigd in winkelgebieden. Richtlijn afmeting ca. 250m2 
    NB: Grotere afmetingen, restaurants en hotels worden opgenomen onder sub IPD-type ‘Leisure’ uitgevoerd.



Kantoor 

Een ruimte, gebouw of villa dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor een kantoorfunctie.


  • Kantoorruimte: een deel van een gebouw (verdieping of kamer) met een kantoorfunctie
  • Kantoorvilla: een vrijstaand karakteristiek (monumentaal aanzien) object dat is ingericht ten behoeve van kantoorwerkzaamheden. Dergelijke objecten zijn initieel als woning gebouwd maar in een later stadium ingericht voor een kantoorfunctie.
  • Kantoorgebouw: een gekoppeld of vrijstaand kantoorpand dat specifiek gebouwd is met de bedoeling om er een kantoorfunctie uit te oefenen.



Bedrijfsruimte 

Een vastgoedobject dat geheel of gedeeltelijk voor meer dan 70% bestemd is voor een werkgemeenschap waarin het accent ligt op het veredelen, bewerken, opslag en of distributie van goederen.

  • Logistiek: bedrijfsvastgoed gericht op het opslaan en verladen van goederen (logistieke stromen) zoals opslagruimte, warehouses, distributiecentra, cross dock centra en sorteercentra; alles met een logistieke functie en een minimaal oppervlak van 750m2
  • Bedrijfsruimte: een gedeelte (ruimte) in één gebouw, verhuurd aan ‘n huurder
  • Bedrijfsgebouw: een volledig gebouw verhuurd aan één huurder.
  • Bedrijfsverzamelgebouw: Een gebouw verdeeld in meerdere bedrijfsruimte welke aan verschillende huurders zijn verhuurd.
  • Garagebedrijf: Object gericht op de verkoop en onderhoud van auto’s.



Overig

  • Overig: 'exoten’ als tankstations, parken met zonnepanelen, milieustraten, grond/herontwikkeling.
  • Ongebonden grond: grond die deel uitmaakt van een vastgoedobject en die niet toegerekend moet worden aan gebouwen (in reserve voor toekomstige uitbreiding/buitenopslag).
  • Gebonden grond: de bebouwde terreinoppervlakte vermeerderd met dat deel van de onbebouwde terreinoppervlakte dat in economisch opzicht dienstbaar is aan de bebouwde terreinoppervlakte.
  • Zorgvastgoed-cure: cure is gericht op genezing. Zorgbehoevenden komen naar dit vastgoed toe voor een tijdelijk verblijf dat bijdraagt aan de genezing of het herstel van hun ziekte. Cure bestaat uit zogeheten eerstelijns zorg, tweedelijns zorg (waaronder privéklinieken) en derdelijns zorg. Eerstelijns zorg is direct toegankelijk en betreft bijvoorbeeld de tandarts of de huisarts. Tweedelijns zorg is na verwijzing toegankelijk, veelal in ziekenhuizen of klinieken. Derdelijns zorg betreft zeer specialistische zorg zoals laboratoria bij academische ziekenhuizen (van Elp & Konings, 2015).
  • Zorgvastgoed-care: zorgvastgoed gericht op langdurige zorg, woonzorgcentra voor ouderen, geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg (Veuger, 2016).
  • Maatschappelijk vastgoeddoorgaans wordt gedoeld op een gebouw of terrein met een publieke functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, maatschappelijke opvang en/of zorg-medisch. Voorbeelden van maatschappelijk vastgoed zijn: scholen, culturele centra, theaters, opvangtehuizen, gezondheidscentra, buurthuizen, sportaccommodaties en dergelijke. (alles wat geen zorg cure of care is).
  • Leisure: vastgoed gerelateerd aan vrijetijdsbesteding. Veel vastgoed wordt ingezet voor leisure-doeleinden: denk aan horeca (restaurants & hotels), escape rooms, fitnesscentra, casino’s, musea, sauna’s, bioscopen, speeltuinen, horeca, dierentuinen en pretparken, camping en B&B etc.


Was dit artikel nuttig?

Dat is fantastisch!

Hartelijk dank voor uw beoordeling

Sorry dat we u niet konden helpen

Hartelijk dank voor uw beoordeling

Laat ons weten hoe we dit artikel kunnen verbeteren!

Selecteer tenminste een van de redenen
CAPTCHA-verificatie is vereist.

Feedback verzonden

We stellen uw moeite op prijs en zullen proberen het artikel te verbeteren